Een jachthond van middelmatige afmeting, met een elegant uiterlijk, een gele vacht en een eerder lichte bouw. Een perfecte afweging tussen kracht en schoonheid. De Vizsla is evenwichtig en intelligent, maar ook levendig. Bepaalde experts in gespecialiseerde literatuur over dit onderwerp nemen aan dat deze hond al eeuwen bestaat. Geschiedkundigen zien de Lopende Hond van Pannonië als een van de voorouders.
De Gele Hond van de Turken heeft eveneens een rol gespeeld in de ontwikkeling van het ras, terwijl onderzoek aanwijzingen bevat dat ook de Sloughi tot zijn voorouders moet worden gerekend. De eerste honden met een voorkomen als dat van de tegenwoordige Vizsla zijn bekend vanaf het begin van de 18e eeuw. In verband met verbeteringen en aanpassingen aan de veranderde jachtomstandigheden zijn later ook nog andere jachthondenrassen ingebracht bij deze zeer typische, gele jachthond. Het ras wist de verliezen als gevolg van de wereldoorlogen goed te maken.
De Vizsla leert gemakkelijk en snel. Zijn aangeboren kwaliteiten, zijn uitstekende geheugen en zijn vermogen zich aan allerlei situaties aan te passen, maken hem tot een moderne jachthond van goede kwaliteit. Ondanks zijn jachtpassie is hij ook een gezeglijke en aanhankelijke huisgenoot. Hij is bekend vanwege zijn enorme aanpassingsvermogen aan uiteenlopende weersomstandigheden. De Vizsla is onvermoeibaar en werkt met veel passie. Behalve deze innerlijke kwaliteiten worden de volgende punten als fundamenteel voor het ras opgevat: een uitstekende neus, een goede en vaste stand, een opmerkelijke aandacht voor zoekwerk en apportwerk, liefde voor water en uitstekend in de hand.

Hoofd

Droog, edel en goed geproportioneerd. De schedel is middelmatig lang en enigszins gewelfd. De lichte middengroef loopt van de middelmatig ontwikkelde achterhoofdsknobbel tot aan het voorhoofd. De stop is matig. De neusrug is altijd recht. De snuit is goed gewelfd, niet lang gerekt en breed. De neusspiegel is goed ontwikkeld. De neusgaten zijn zo groot mogelijk. De onderkaak is goed ontwikkeld en gespierd. De lippen sluiten goed tegen het gebit aan en hangen niet over.

Gebit

Sterk. De snijtanden raken elkaar scharend.

Oren

Middelmatig lang. Een beetje naar achteren en tamelijk laag aangezet. Hangen dicht tegen de wangen en bedekken de opening van de gehoorgang. Hebben de vorm van een V en zijn enigszins afgerond.

Ogen

Enigszins ovaal van vorm. De uitdrukking is levendig en intelligent. De oogkleur harmonieert met de vachtkleur, maar de donkerste ogen genieten de voorkeur. De oogleden zijn goed aangesloten.

Lichaam

De hals is middelmatig lang, goed gespierd, licht gebogen en zit middelmatig hoog aan de romp. Geen keelhuid. De krachtige, goed geproportioneerde romp is wat langer dan die van sommige andere rassen. De schoft is geaccentueerd en gespierd. Korte, rechte rug. De bovenbelijning van de stevige lendenen is enigszins afgerond naar de staartaanzet toe. De borstkas is middelmatig breed en diep, en reikt minstens tot de ellebogen. De ribben zijn matig gebogen. De flink gespierde schouder is goed vrij in beweging. Het schouderblad is goed schuin geplaatst.
Ideale schouderhoogte: reuen 56-61 cm, teven 52-57 cm. Afwijkingen van 4 cm naar boven of naar beneden zijn toegestaan, mits de hond harmonisch blijft. Het statische en dynamische evenwicht en de harmonie van de vormen zijn veel belangrijker dan de in centimeters vastgelegde maten.

Benen

De rechte voorbenen zijn voorzien van sterke botten en gesloten ellebogen. De achterbenen zijn goed gespierd en middelmatig gehoekt. De spronggewrichten zitten wat laag.

Voeten

Licht ovaal. De tenen zijn sterk, goed gewelfd en goed gesloten. De nagels zijn krachtig. De voetkussens zijn elastisch en hard.

Staart

Enigszins laag aangezet. Middelmatig sterk. Loopt geleidelijk dunner uit naar het einde toe, dat een beetje naar boven is gekruld. De staart vormt gewoonlijk een esthetisch geheel met het lichaam tot op ongeveer drie kwart van de lengte. Daartoe wordt meestal slechts een kwart van de staart gecoupeerd. Als de staart echter juist en mooi van vorm is, horizontaal wordt gedragen, is het couperen niet verplicht.

Vacht

De gepigmenteerde huid is stevig en zonder rimpels of plooien. De neusspiegel is vleeskleurig. De lippen, oogleden en nagels zijn bruin. De voetkussens zijn leigrijs. De haren liggen vlak tegen de huid aan. Ze zijn kort, recht en stug. De buik is weinig behaard. Bij de oren is het haar eerder korter en zijdeachtig. De beharing van de staart is langer.

Kleur

Effen donker tarwe-geel of tamelijk donkergoudkleurig in verschillende, bij voorkeur donkere tinten. Donkerbruin en lichtgeel zijn ongewenst. Kleine witte vlekken op de borst of de voeten worden niet als fout aangerekend.

Bijzonderheden

Gangen: krachtig, gemakkelijk en ruim uitgrijpend; bij werk in het veld is een harmonische, volhardende galop kenmerkend.
Afwijkingen in het type: gebrek aan type; afwijkingen die de voorgeschreven schouderhoogte te buiten gaan; fouten in de bouw die de gebruikswaarde aantasten, met name een overdreven sterk gewelfde borst, een zadel- of een karperrug, waardoor de hond niet in staat is inspanningen te verrichten.
Afwijkingen van de vacht: niet overeenkomend met de standaard (kleur lichter dan waskleurig geel, bruin of izabelkleurige, veelkleurig of bont; een vlek van meer dan 5 cm in doorsnee; witte vlekken op de voeten); ernstig pigmentverlies (roze neus, leigrijs, zwart of vlekken van deze kleuren, zeer licht gekleurde ogen, grijze of anderskleurige ogen); te zijdeachtige vacht, te lange vacht (langer dan 4 cm), wollige of gekrulde vacht.
Diskwalificerende fouten: monorchisme of cryptorchisme; afwijkingen van het gebit (boven- of ondervoorbijten, afwezigheid van een hoektand of knipkies, of van twee premolaren); kenmerken van entropion of ectropion, of sporen van een chirurgische ingreep.  
Terug naar startpagina